Groen en geel

Gisteravond vond in de SSGN het debat over wijkgroen plaats, georganiseerd door Platform Groen en gepresenteerd door Rob Jaspers van De Gelderlander. Een interessante avond met levendig debat, waarin de uitgangspunten over groen in de stad danig leken te verschillen.

Het lijkt moeilijk te zijn voor veel partijen om over groen te praten. Indien men zijn bestaansrecht ontleent aan groen, wordt het helemaal dramatisch. Toch zijn de tegenstellingen tussen D66 en Groen Links nauwelijks interessant voor de discussie over groen. Niet voor zover ze gaan over onze bereidheid in groen te investeren en een belangrijke plek te geven in beleidskeuzes. Maar de manier waarop we bestaand groen willen beschermen verschilt wezenlijk. Vergeet niet dat groenbescherming de belangrijkste factor is in wijkgroen; immers, nieuw groen is duurder, politiek veel bewerkelijker en langzamer te realiseren.

Groen Links en SP spreken zich uit voor een groennorm: een vaste hoeveelheid groen per wijk in een percentage per km². Ik zie daar 2 nadelen in:

  • Het beschermt bestaand groen nauwelijks. Het zou volgens deze norm aanvaardbaar zijn om in groene wijken (Goffert, Kwakkenberg) waardevolle natuur te verwoesten;
  • Het gaat niet in op de kwaliteit en functie van het groen. Volgens deze norm kan men immers aan groen net zo goed een hondenpoepveldje hebben als en fraai stukje bos met hoge ecologische waarde (vergelijk in Brakkenstein het veldje tegenover de Aldi vs. het bosje van Vroom)

Zoals gisterenavond door mij toegelicht, zit wat mij betreft de oplossing in het laatste kritiekpunt; we dienen groen op zij merites te beoordelen. Een versteende wijk met een fraaie groenstructuur (Nijmegen Oost en Hazenkamp) hebben te weinig groen volgens eerder genoemde norm, maar zijn in mijn ogen meer gebaat bij een investering in hun bomenlanen dan een snelle strook gras.

We dienen in mijn ogen de volgende waarden van groen voor iedere wijk toe te passen:

  1. Ecologie: hoe verstoren we soortendiversiteit als we hier iets veranderen en beantwoorden we aan inzichten hierover, zoals de Ecologische hoofdstructuur, Natura2000 maar ook de rode lijst van beschermde soorten?
  2. Educatie: Kunnen kinderen (en zij die zich kind voelen) leren en spelen in een echt groene omgeving? Kunnen ze van de natuur leren genieten in plaats van wipkippen en Wii-en? Ook volwasseneneducatie speelt natuurlijk een belangrijke rol.
  3. Woongenot: wellicht de belangrijkste. Wonen wij voldoende in het Groen? Is een trapveldje hier een bijdrage aan? Doen bomenlanen (die voor km² nauwelijks meetellen!) hier ook geen belangrijk werk? Denken we om diversiteit in functies (hondenpoep, voetballen, wandelparkje, boomklimbosje)?

Indien men telkens aan dit soort wezenlijke kwaliteiten toetst, krijgt men voor ieder RO-besluit een eerlijke toetsing over het wijkgroen. Alleen zo doen we recht aan deze fundamentele kwaliteiten die we aan groen kunnen toekennen. En dat zit hem niet alleen in vierkante meters. Een fraaie klimop, een begroeid dak en onderhouden laan doen veel meer.

Aan welke “harde” norm kan men de politiek dan afrekenen? Aan geen enkele. Op dit front zal men vertrouwen moeten hebben, al zal dat bij sommigen eerst hersteld moeten worden. “Men zal ons hierin moeten vertrouwen op onze blauwe ogen”, zei Patrick Huliselan, die mijn ideeën deelt. “Jij hebt toch ook blauwe ogen, Tobias?”

Ja hoor. Zeer blauw.

2 thoughts on “Groen en geel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *